paper lantern
Leestijd: 5 minuten

Geschreven door Jade Joosten. Jade is geboren in Taiwan, op jonge leeftijd geadopteerd en opgegroeid in Venlo. Momenteel studeert ze journalistiek en schrijft ze voor verschillende media m.b.t. diversiteit, feminisme en emancipatie. Als Aziatische Nederlander vindt ze racisme een belangrijk onderwerp en hoopt ze op deze manier haar steentje bij te dragen aan de gemeenschap.

Als Nederlander met een niet-westers uiterlijk word je van jongs af aan al geconfronteerd met je verschillen. Dit kan onbewust leiden tot een behoorlijk gevoel van buitensluiting. Dat kan veel invloed hebben op het zelfvertrouwen van een Aziatisch kind dat nog niet zeker in zijn schoenen staat. Op latere leeftijd blikken veel Aziaten – en ook ik – terug op een jeugd met pesterijen en een gevoel van ongemak; niet weten hoe je nou met de situatie om moest gaan. Wanneer we racisme ter sprake stellen wordt het vaak gebagatelliseerd of weggelachen. Stel ik me dan écht aan? 

Ik ben opgegroeid in een relatief gekleurde omgeving, maar toch was ik één van de weinige Oost-Aziatische kinderen. Als geadopteerd kind hebben mijn ouders me al zo vroeg als het kon uitgelegd hoe de situatie was. Ze drukten ze me tevens op het hart dat ik mij niks moest aantrekken van pestkoppen. Zoiets is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. 

Vroeger

Mijn basisschooltijd is niet per se slecht geweest: ik had zeker vriendjes en vriendinnetjes. De meeste klasgenootjes hadden het niet over mijn anders-zijn. Een enkeling vond het zo nu en dan wel nodig om ‘ni hao’ of ‘sambal bij?’ te roepen, maar verder stond ik op die jonge leeftijd niet vaak bij stil bij dergelijke kwetsende opmerkingen. Als ik er nu op reflecteer, zie ik in mijn gedrag terug dat het me negatief heeft weten te beïnvloeden. Ik had moeite met vriendjes en vriendinnetjes maken en beschikte over weinig zelfvertrouwen.

Iets anders dat ik me wel nog erg goed kan herinneren – waar ik me destijds niet helemaal van bewust was – is dat we met verjaardagen “Hanky Panky Shanghai” zongen. Als ik er nu op terugkijk, weet ik dat ik er nogal ongemakkelijk door werd en mezelf geen houding wist te geven. Iedereen trok hun ogen op spottende wijze tot spleetjes, maar dat hoefde ik niet volgens mijn klasgenootjes: mijn ogen waren immers al zo. Ik had hier onlangs een gesprek over met mijn witte Nederlandse oma, die onironisch vroeg: “Maar betekent Hanky Panky Shanghai dan niet gewoon ‘fijne verjaardag’ in het, uh, Chinees?” Dat is dus mogelijk hoe een niet-Aziatische Nederlander het kan interpreteren.

middelbare school

Op de middelbare school moest ik echt nog mijn plekje vinden in de eerste paar jaren. Ik begon me steeds bewuster te worden van mijn etniciteit en het feit dat mijn leeftijdsgenoten vaak een beeld van mij hadden geschetst voordat ik ze ook maar had leren kennen. Zoiets is dan altijd gebaseerd op stereotypen. Vragen als: ‘Hebben jouw ouders een frietkraam? Of zo’n wokrestaurant?’, ‘Maar waar kom je écht vandaan?’ en ‘Eten jullie hond thuis?’ is normaal geworden. Ik heb ze zo vaak gekregen dat ik ze kan beantwoorden zonder erover na te denken. Dan antwoordde ik nerveus ‘nee, ik heb geen Aziatische ouders hoor’, ‘ik ben gewoon een Nederlander’ of ‘Nee, tuurlijk niet, ik ben niet zo’n gekke Aziaat uit de films’. Ik vond mezelf anders dan de andere Nederlandse Aziaten en paste écht niet binnen de stereotypen.

Ook probeerde ik (en daar betrap ik mezelf nog steeds wel eens op) extra goed te articuleren en beleefd te spreken, om zo vooroordelen te vermijden. Mijn vriendengroep was overwegend wit omdat de school dat ook was: er waren enkele Aziatische meiden met wie ik zo nu en dan praatte. Als we dat deden werd zelfs daar lollig over gedaan. “Kijk die Chinezen”, werd er in de gangen gegniffeld. En dan te bedenken dat we niet allemaal Chinees zijn, maar dat is weer een ander verhaal.

Buiten de Aziatische vriendinnen, merkte ik ook dat ik mijn best deed om afstand te houden van andere Aziaten. Dit deed ik om zo min mogelijk met hen in verband te worden gebracht. Men mocht niet denken dat het mijn broer, moeder of oma was. Ik ben niet zoals hén, ik voldoe niet aan al die rare stereotypes. Ik was vervreemd van mijn eigen etniciteit en identiteit. Het is bizar tot welke lengtes je gaat om aan bepaalde aannames van mensen om je heen te ontkomen.

Het is maar een grapje

Tijdens mijn tijd op de middelbare school wuifde ik ‘grapjes’ of stereotyperende opmerkingen meestal weg. Ik wist niet hoe ik daarop kon reageren. Wanneer ik toch wat terug zei, werd ik vaak bestempeld als een zuurpruim. “Ah Jade, het is maar een grapje! Je weet toch dat we het niet zo bedoelen? Bovendien ben jij niet zoals die anderen”, werd me wel eens verteld. 

Ook op de boerendorpfeestjes werden (en dit gebeurt nog steeds) dikwijls snerende opmerkingen gemaakt door dronken tieners. Of ik ‘een paar loempia’s wilde bakken’ en dergelijke. Met mijn huidige kennis over racisme zou ik er zeker tegenin gaan, mits de omstandigheden me daartoe in staat stellen. Uit ervaring heb ik zodanig een olifantshuid weten te creëren, die mij in staat stelt niks meer aan te trekken van racistische uitlatingen.

Ik heb het gevoel dat ik me bewuster ben van mijn kwetsbare positie als Oost-Aziatische Nederlander. Nu wil ik me sterk opstellen en mensen wijzen op de valkuil van satire die racisme heet. Ik zou vragen waarom diegene denkt dat het een gepaste opmerking is en of ze erbij stilstaan dat het in mijn optiek helemaal niet zo humoristisch is. Negen van de tien keer zal het probleem dan verschoven worden naar mij, omdat ik ‘zo lastig doe en altijd de racismekaart trek’. En dat ik me aanstel. 

Is het mijn eigen schuld?

Stel ik me dan echt aan? Is het aanstellen wanneer ik aangeef dat ik me oncomfortabel voel wanneer constant dezelfde stereotyperende ‘grapjes’ worden gemaakt, die telkens benadrukken dat ik in hun perceptie nooit een volwaardige Nederlander zal zijn? Is het aanstellen wanneer ik eindelijk voor mezelf opkom door te zeggen dat dit geen humor is en het afbreuk doet aan mijn zelfbeeld? Ligt dat écht aan mijn aanstellerij en overgevoeligheid, of juist de schuld wegschuiven en manipuleren van het slachtoffer? Ik heb er mijn twijfels bij.

Aziatische Nederlanders staan in het algemeen bekend als de modelminderheid: de hardwerkende groep migranten die niet problematisch zal zijn en dankbaar is voor de kansen die Nederland haar heeft geboden. Om deze reden lijkt het ook vele malen makkelijker te zijn om in het kader van humor racistische opmerkingen in een deftig jasje te plaatsen over deze gemeenschap. Vaak zijn de opmerkingen niet opzettelijk racistisch, maar dat betekent niet dat het niet racistisch is. Er zijn weinig mensen die opzettelijk racistisch zijn. En als racist bestempeld worden, is ook kwetsend voor velen. Het is echter niet zo zwart-wit. Vaak heeft men zelf niet door dat men een racistisch wereldbeeld heeft. Al is de intentie goed, dan wil dat niet zeggen dat het niet vervelend kan overkomen. Dat iets ‘maar een grapje is’ doet niet af aan de nare boodschap die dit bij zich draagt.

Tegenreactie

Naar mijn mening is de beste remedie het aangaan van de dialoog met de desbetreffende persoon en het accepteren dat het niet jouw schuld is dat het je raakt. Het is namelijk je goed recht om aan te geven wat voor jou aanvaardbaar is en wat niet. Jouw gevoelens zijn valide en jij stelt je niet aan. Laat merken dat je racistische grapjes helemaal niet als humoristisch ervaart, dat het je kwetst en dat je dit niet langer wil horen. Laat weten dat anno 2021 grappen als ‘lekkel flietjes eten’ of ‘nummer 32 van de kaart’ niet meer acceptabel zijn. Schuif je mening niet onder het tapijt. Samen zetten we deze strijd voort en streven we naar een wereld zonder racisme.

Volg Jade Joosten

Volg Jade Joosten op Instagram en Twitter voor meer.

 

Lees ook het interview met hiphop artiest GYA of kom meer te weten over Lunar New Year.

5 3 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Praat verder op

asian raisins instagram  asian raisins facebook

Doneren

ar doneren

Als een non-profit belangenorganisatie voor Aziatische Nederlanders zijn wij afhankelijk van de vrijgevigheid van donateurs. Strevend naar een samenleving die open en welkom is voor iedereen, komen wij op voor de rechten van Aziatische Nederlanders.

WORD VRIJWILLIGER

Wil jij bijdragen aan het duurzaam maken van het Aziatisch-Nederlands geluid en échte impact maken? Bekijk dan onze vacatures. We zijn op zoek naar onder andere: Facebook moderators, websitebeheerders, grafische vormgevers en schrijvers.

Op de hoogte blijven?