Benjamin Caton: “Mijn familie is het zwijgen opgelegd en dat ben ik gaan doorbreken.”

 

Benjamin Caton (28) is de kleinzoon van Indonesisch-Europese grootouders. Hij is derde generatie Javaans-Sumatraans. Benjamin en zijn grootvader Mick Caton hebben meegewerkt aan de documentaire Tussen Wal en Schip – Geruisloos Indisch. In deze documentaire gaan drie kleinkinderen in gesprek met hun Indonesisch-Europese grootouders, waarin de thema’s migratie, zwijgen en kolonisatie aan bod komen. Ondanks dat Benjamin en Mick hele andere opvattingen hebben over het kolonialisme, zijn ze toch dichter tot elkaar gekomen. 

Benjamin zet zich in het dagelijkse leven op verschillende manieren in voor gerechtigheid. Zijn culturele identiteit heeft een belangrijke invloed gehad op zijn werk. Zo is hij initiatiefnemer en organisator van de jaarlijkse Dekoloniale Indonesië-Nederland herdenking in Amsterdam. Hij is coördinator Rechtvaardigheid, Diversiteit, Inclusie en Gelijkwaardigheid bij Greenpeace. Hij is co-oprichter van non-profit, duurzame en inclusieve Wooncoöperatie De Torteltuin. Hij is de oprichter van THEPACK, een platform dat verbonden is aan het International Theater Amsterdam, waar jonge theaterliefhebbers (15 tot 25 jaar) kunnen samenwerken en voorstellingen bekijken. Hij is er tevens moderator en voorzitter. Ook is hij moderator en dagvoorzitter.  

“Ik heb veel interesses, daarom doe ik ook verschillende dingen. Mijn identiteit heeft veel invloed gehad op mijn werk. Het zit eigenlijk in alles wat ik doe. Bij Greenpeace speelt mijn kennis over het kolonialisme een belangrijke rol. De klimaatcrisis is door het kolonialisme tot stand gekomen. De herdenking die ik organiseer heeft ook alles te maken met mijn roots. Ook hoe ik omga met andere mensen. Zo geven mensen met Indonesische roots elkaar tijd en ruimte in een gesprek, dat is bij witte Nederlanders heel anders, waar een stilte als ongemakkelijk wordt ervaren. Dit is een belangrijk verschil in sociaal contact.” 

Benjamin (1997) is geboren en getogen in Amsterdam. Zijn ouders zijn beiden van Indonesisch-Europese afkomst. Hij heeft van kleins af aan al een sterk besef gehad van zijn Indonesische roots. 

“Mijn grootouders hebben hun best gedaan om de Indonesisch-Europese identiteit er niet te laten zijn, ook al was het er wel.”

“Toen ik 13 jaar was zat ik op een school waar bijna 90 procent een Turkse of Marokkaans achtergrond had. Zij vierden hun identiteit en dat kende ik niet. Zo was ik niet opgegroeid. Ik heb het idee dat mijn grootouders hun best hebben gedaan om de Indonesisch-Europese identiteit er niet te laten zijn, ook al was het er wel. Rijst eten met een lepel, de ergernissen op 4 mei dat Indonesië niet werd genoemd, sarongs, batik, houten beelden, schilderijen van landschappen aan de muur die we in Nederland niet kennen en grootouders met accenten zijn enkele voorbeelden. Als je dan bij vriendjes of vriendinnetjes kwam, merkte je dat het anders was. Ik werd ook boos toen ik in een geschiedenisboek een alinea las over Indonesië en dat viel onder de gouden eeuw. Ik wist dat er iets niet klopte. Ik heb ook een presentatie gehouden over Soekarno en Hatta en niemand in mijn klas kende hen. Ikzelf kende hen daarvoor zelfs nauwelijks.” 

Vorm van micro-agressie

Benjamin komt uit een warm nest en krijgt veel steun van zijn ouders. Toch heeft hij ook te maken met discriminatie op verschillende manieren.

“Ik werd vaak ‘indiaantje’ genoemd.”

“Vroeger zag ik er meer Aziatisch uit dan nu. Ik had lang haar, mijn huid was donkerder en mijn gezicht ronder. Ik werd als kind vaak Mowgli of Aladdin genoemd. Ik werd ook vaak ‘indiaantje’ genoemd. Toen ik 14 jaar was, ging ik met mijn familie naar India. Daar dachten ze dat ik daar vandaan kwam. Mijn zussen hebben een lichtere huidskleur dan ik, dus ze dachten dat ik hun gids was. Het was een positieve ervaring. In Nederland vragen mensen meestal wel waar ik vandaan kom en dat vind ik ook niet erg. Maar ook nu ik ouder ben, heb ik last van racisme en discriminatie. Zo kreeg ik vorig jaar nog van iemand te horen dat hij niet met donkere jongens zoent. Op mijn 13e ben ik uit de kast gekomen. Veel mensen zijn homofoob er is steeds meer agressie op straat. Zo worden mensen uitgescholden op straat of aangevallen, zo erg dat er politie bij komt kijken. Bij mijn Indonesisch-Europese afkomst heb ik er niet zoveel last van. Het is meer een vorm van micro-agressie, wat natuurlijk ook niet goed is. Al blijft het een zoektocht, want ik voel me soms nog wel alleen en dat ik niet word geaccepteerd.” 

Benjamin is twee keer naar Indonesië geweest en de laatste keer was in 2025. Als hij in Indonesië is, dan voelt hij zich juist heel wit. 

“Ik ben op mijn 18e voor het eerst met mijn familie naar Indonesië geweest. We hebben verschillende dingen bekeken van ons familieverleden. Dit jaar ben ik in mijn eentje gegaan. Ik heb een hele andere kant van Indonesië gezien. Het was intens en voelde niet als een vakantie. Het was emotioneel, maar ook heel leerzaam om meer te weten te komen over de cultuur, de taal, de politiek en mijn eigen identiteit. Wat zegt het over wie ik dan ben? Hoe verhoud ik me hiertoe? Het heeft me veel gegeven, ook tools waar ik in Nederland verder mee kan.” 

Aanpassen en assimileren

Benjamin’s opa Mick (1937), is geboren in Bengkalis, op het eiland Sumatra in Indonesië. In die tijd werd Indonesië nog gekolonialiseerd door Nederland. Zijn ouders waren Indonesisch-Europees. Van zijn moeders kant is hij Joods-Sumatraans en van zijn vaders kant is hij Javaans-Sumatraans. Hij is geboren uit een relatie tussen een plantagehouder en plantagemedewerkster. Zijn vader overleed in een Japans concentratiekamp. Zijn moeder ging op zoek naar een veilige plek voor de kinderen en zo kwam Mick in 1945 in Nederland terecht.

“Mijn opa is nooit terug naar Indonesië gegaan. Hij heeft te veel last van trauma’s. Hij moest naar Nederland omdat het in Indonesië niet veilig was, ook al wilde de familie daar het liefst blijven wonen. In Nederland moest hij zich aanpassen en assimileren. Mijn opa is slachtoffer geworden van veel geweld, van zowel de Indonesische en de Nederlandse kant. Dat is heel naar en verdrietig.” 

De band tussen Benjamin en zijn opa is veranderd sinds zij hebben meegewerkt aan de documentaire Tussen Wal en Schip – Geruisloos Indisch. Het heeft hen dichter bij elkaar gebracht, doordat er eindelijk over het verleden werd gesproken. 

“Er is een reden voor waarom er 78 jaar niet over werd gesproken.”

“Ik werd benaderd door Sven Peetoom en Juliette Dominicus, de producers van de documentaire, tijdens de Dekoloniale herdenking. Mijn opa en ik hebben het nooit eerder over dit onderwerp gehad. Geen woord, geen letter. Tot aan de documentaire. Ik vond het echt zwaar en intens. Er is een reden voor waarom er 78 jaar niet over werd gesproken en dan bezoek je ineens een plek met een traumatische ervaring voor mijn opa. Het was lastig om hem te confronteren met zijn verleden. Mijn opa en ik bleken andere meningen te hebben over het kolonialisme. Er is zoveel verheerlijkt. Waarom was er die sterke identificatie met het Nederlandse deel van zijn roots? Hij heeft juist meer Indonesisch bloed, waarom is dat altijd op de achtergrond gebleven? Tijdens een interview heeft mijn opa vorig jaar gezegd dat hij zijn hele leven heeft gevochten om als Nederlander gezien te worden. Pas sinds kort beseft hij dat hij een Indonesisch-Europese jongen is en dat het er ook mag zijn. Mijn opa had altijd een afstand tot anderen en daarmee ook naar zichzelf toe. Door dit proces is dat kleiner geworden. De familie staat nu veel dichter bij hem.”

Er zijn verschillen tussen de verbondenheid met identiteit tussen de drie generaties binnen de familie van Benjamin. Ook is het gevoel van verbondenheid met zijn identiteit veranderd in de loop van zijn leven. 

“De documentaire laat zien dat na drie generaties assimilatie, het niet heeft gewerkt.”

“Hoe meer ik erover weet, hoe meer het verandert. Het is minder ongemakkelijk en ik ben minder onwetend. Het is nu een gebied van mezelf dat ik ken. Ik mag het ook vieren, ook buiten de clichés. Ik mag me hard maken tegen assimilatie. Ik ben tegen het Nederlands gedachtegoed van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Mijn familie is het zwijgen opgelegd en dat ben ik gaan doorbreken. Mijn vader heeft het ooit mooi gezegd. ‘De eerste generatie heeft het geleefd, de tweede generatie heeft het gevoeld en de derde generatie begrijpt het’. De documentaire laat ook zien dat na drie generaties assimilatie, het niet heeft gewerkt. Onze generatie is er juist mee bezig om zich te verbinden met hun Indonesische identiteit. Zelf heb ik dat van jongs af aan gedaan door boeken te lezen, veel online artikelen te lezen, de taal te leren, Indonesische influencers te volgen, Indonesisch te koken en informatie over mijn familie op te zoeken. Ik heb een Indonesisch deel en dat wil ik niet verstoppen.”  

Creëer een multiculturele identiteit

Benjamin raadt iedereen met Indonesisch-Europese roots dan ook aan om een multiculturele identiteit te creëren. 

“Als er tijd en ruimte is om met de eerste generatie te praten, doe dat dan ook. Vraag hen naar hun ervaringen, nu het nog kan. Luister naar muziek, lees boeken, kom in contact met andere mensen, leer de taal en lees over het moderne Indonesië. We leven als diaspora in een soort tijdscapsule en Nederland is vooral bezig met de koloniale wereld. Maar Indonesië heeft zich verder ontwikkeld en veel mensen weten niks over het moderne Indonesië. Ik denk dat daar nog veel winst valt te behalen door ons te verhouden tot het moderne Indonesië. Laten we leren van de demonstraties die nu plaatsvinden in Indonesië. Er is altijd kritiek geweest op kolonialisme en racisme, we staan op de schouders van reuzen. Ik ben trots op mijn gemeenschap en dat er nu steeds meer ruimte is voor de geschiedenis van Indonesië.”

Lees- en luistertips van Benjamin:

Indonesisch tijdschrift Tempo

Artikel door Jane Sauer

Comments are closed

Sign In

Register

Reset Password

Please enter your username or email address, you will receive a link to create a new password via email.